Voorbede

Begin maart las ik een stuk uit het boek: ‘Raak de wonden aan’ van Tomáš Halík over voorbede. Een paar uur daarna kreeg ik een vraag of ik een taak op mij wilde nemen bij het Stadsgebed. Ik had niet het gevoel dat ik dat moest doen. (Over een samenleving gebaseerd op wat je voelt: ‘Voelt iets goed? Dan…’, schreef Tomáš Halík ook, maar daarover later een keer.) Maar juist door wat Halík schreef, dacht ik: deze kant van het gebed is ook van belang binnen deze organisatie.

Ik ben al even bezig met nadenken over het gebed. Ook ben ik al even bezig in het boek van Halík. Ik vind het een pittig boek, dat mijn hersens doet kraken. Halìk zet soms stappen in zijn denken, die ik niet makkelijk mee kan maken. Ik wil ze dan doorgronden en kom dan niet verder… Toch lees ik ook stukken die ik mooi vind, die mij op een andere manier laten denken. Deze stukken spreken mij aan, ook al weet ik nog niet of ik het helemaal eens met de schrijver ben.

Zo ook het stuk over voorbede. Tomáš Halík schrijft (ik schrijf het in mijn eigen woorden): Wat is voorbede en wat is de zin daarvan? Gaat het erover om God te vertellen wat de behoeften van de mensen zijn? Dat zou dwaas zijn, God weet het al. Of betekent het dat we het lijden van anderen en de pijn van de wereld bij God brengen met het verzoek: ‘Zorg ervoor, God!? Dat zou betekenen dat je het misschien wel beter denkt te weten dan God of dat het wel makkelijk is, omdat je niet zelf verantwoordelijk bent en voelt. Je plaats het buiten jezelf.
Volgens Halík is voorbede een gesprek met God over het lijden van anderen, dat jij als mens ook als je eigen lijden ervaart. In dit gesprek zoek je vanuit het woord van God en vanuit je eigen wensen, verlangens en ideeën om een onderscheid te maken tussen wat je zelf kan veranderen en wat je niet kan veranderen. Je leert het lijden als iets van jezelf te aanvaarden, betrokken te raken. Bidden om moed en kracht om te helpen in het lijden en je ogen niet te sluiten.

In het gesprek leer je ook dat wat je niet kan veranderen: los te laten, je eigen onmacht te erkennen. Te beseffen dat je jezelf overschat, dat je denkt alles aan te kunnen, de wereld kan veranderen naar jouw beeld. Door het los te laten en te weten dat je het kan overlaten aan God en aan hen die God voor deze taken vindt, kom je los van zorgen en stress.

Je mag bidden dat God je rust geeft om dingen te accepteren die je niet kan veranderen en vragen om moed om dingen te veranderen, die je wel kan veranderen en de wijsheid om het een en ander te onderscheiden.

Vooral het in gesprek gaan met God, het zoeken naar wat kan ik doen, wat is mijn rol, waar ben ik bij betrokken, wat kan ik veranderen en wat moet ik aan God laten, raakte mij, zette mij aan het denken. God weet het al, God zorgt al.

Bidden vraagt dus iets van ons, van jou en mij, om zonder stress en druk, maar met oprecht meeleven, meelijden en in gesprek met God te zoeken naar jouw en mijn weg…

Dit is dus heel anders dan onze wensenlijstjes bij God brengen en denken: als ik dat gedaan heb is het probleem niet meer van mij, maar van God. Dit zet mij aan het denken, bid ik het wel goed, hoe ga ik dit anders doen. Het maakt dat ik in mijn zoektocht naar wie God is, nieuwe ontdekkingen doe en stappen zet.

Dezelfde dag ook nog een stukje gezien van ‘Adieu God’, een gesprek van Tijs van den Brink met Jan Terlouw. In dat gesprek vertelde Jan Terlouw, dat hij vroeger de standaard gebeden opzei, maar dat hij er ook wel eens een extra gebedje bij gedaan had, bijvoorbeeld dat hij zijn tol weer terug zout vinden. Op de vraag van Tijs van den Brink aan Terlouw of dat gebed verhoord was, antwoordde Terlouw  grinnikend: “Ja!”

Wat zou Halík hiervan zeggen?

  1 comment for “Voorbede

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *